Mijn werk in Mandalay (praktijk)

11 december 2014 - Mandalay, Myanmar

11 december 2014

En zo gaat om zes uur 's ochtends bij mij de wekker, en loop ik als eerste gast tegen half zeven de ontbijtruimte van het hotel binnen. Er is slechts tijd voor een kop (redelijk goede) koffie en een bakje yoghurt, maar dat is niet erg, want op elke locatie waar ik les geef, word ik onthaald op koffie, thee, en iets lekkers te eten. Bij het High Court, bij mijn eerste les van 7.00 - 8.30 uur, is dat meestal een Myanmars ontbijtgerecht, zoals kippesoep met kokos, of 'mohinga': vissoep met rijstnoodles en knapperige linzen'chips' erin. Bij de 'law officers' van 8.30 - 10.00 uur staan er meestal twee zoete of hartige bladerdeeghapjes voor mij klaar; 's middags op de universiteit altijd een 'westers' taartje met cake en room sinds ze door hebben dat ik dat erg lekker vind, of liever gezegd: twee taartjes/cakejes of puddinkjes, want alles gaat altijd per twee. Je begrijpt dat ik mijn lessen zo moet inkleden dat ik gelegenheid heb om deze heerlijkheden tot mij te nemen; een schrijfopdrachtje halverwege de les is daarvoor ideaal. Evengoed eet ik meestal maar een van de twee hapjes op, dat lijkt me wel een beleefd gebaar, maar de dames van de universteit pakken het overgebleven cakeje altijd voor mij in om later op de avond op te eten. lk heb al meermalen gezegd dat 1 taartje genoeg is, maar dat gaat blijkbaar tegen de gewoonte in. Dit voor wat betreft de consumpties tijdens mijn les.

Ik word altijd per auto gehaald en gebracht, daarover schrijf ik een andere keer nog wat. Tegen 7.00 uur rijden we het terrein van het High Court op. Het High Court is te vergelijken met een gerechtshof bij ons, er zijn er hier 14 van in het land. Daarboven staat nog het Supreme Court in Nay Pyi Taw, waarvan 5 juristen in het voorjaar mijn lessen bijwoonden. De hoven in bijvoorbeeld Arnhem en Amsterdam zijn wel heel wat imposanter dan dit hier. Het gebouw aan de straat lijkt nog wat (zie foto's), maar daarachter ligt een verzameling oude, soms houten gebouwen waarin de kantoren gehuisvest zijn, verbonden door rommelige stenige weggetjes en paadjes vol kuilen, overal onkruid en straathonden. Er zijn twee teashops, zeg maar kantines, in de open lucht, met gekleurde plastic lage tuinstoeltjes, letterlijk voor tea (en koffie), want de lunch nemen de medewerkers altijd mee van huis, in van die leuke metalen stapelbakjes, en eten dat dan achter hun bureau. Net als bij ons vroeger (??) het 'uit de la eten': pakje boterhammen in de bureaula. Zelfs de hooggeplaatsten doen dat: ik zag laatst de Advocate General per auto arriveren, de lunchbakjes worden dan wel door de chauffeur of een ondergeschikte naar binnen gedragen. Op het terrein lopen ook kinderen rond, want er wonen enkele gezinnen, van het onderhoudspersoneel denk ik. Naast het gebouw waar ik lesgeef staat een stenen bak, een waterreservoir, waar altijd wel iemand zich aan het wassen is, wat inhoudt: emmers water over zich heen plenzen. 

Wanneer ik aankom zitten mijn 20 cursisten al klaar, allemaal rechters, zoals daar zijn: Township Judges, Additional Township Judges, Deputy Township Judges, en nog een Staff Officer, een Deputy Staff Officer, een Deputy District Officer en de Assistant Director. Een township is te vergelijken met een deelgemeente zoals in Amsterdam. Het Mandalay District Court staat elders in de stad, dat is het kantongerecht, de rechtbank.   

De rechters zijn wel de minst toegankelijke van mijn 4 groepen: ik krijg nauwelijks respons op vragen en veel gezelligheid is er niet bij; op drie na zitten ze er met pokerfaces. Maar het is misschien ook van rechters te verwachten dat ze enige distantie betrachten. Toch wil ik interactief lesgeven, want door zelf te doen leren ze het meest. Dus moet toch een strengkijkende man zich omdraaien om met zijn achterbuurman een gesprekje te oefenen. Er zijn er die dat categorisch niet doen, en voor zichzelf de dialoog gaan overschrijven of opschrijven. Ik laat dat maar gaan, want wie ben ik om een rechter te dwingen... Er komt zeker ook verlegenheid en schaamte bij om de hoek kijken. Een Township Judge kwam mij een keer van het hotel ophalen; hij bleek zijn twee dochters van 21 en 19 in de auto te hebben, die graag Engels met mij wilden praten. Een week later nodigde hij mij uit met hem en zijn dochters uit eten te gaan: een wat moeizame maaltijd, want de meisjes zeiden uit zichzelf niks, en de rechter sprak alleen in het Myanmar tegen zijn dochters; hij geneerde zich waarschijnlijk tegenover zijn kinderen en mij voor zijn gebrekkige Engels. Mijn geanimeerde monoloog werd voor hen dus meer een luisteroefening.

Van de rechters loop ik dan om 8.30 uur over het terrein naar het gebouw waar het kantoor van de Advocate General is gevestigd. De les met de officieren van justitie is geheel anders van sfeer. Ze zijn om te beginnen over het algemeen jonger dan de rechters. Er is een groepje van vier jongens van in de twintig dat onderling zit te geinen, en heel charmant naar mij toe durft te zijn: 'Teacher, you look so beautiful today'. Hun Engels is erbarmelijk, een enkele uitzondering daargelaten; dit geldt overigens ook voor de rechters. Vaak doe ik 'dictee'; een goede luister- en spellingstraining; foutloos komt nooit voor. Of ik vraag ze een samenvattinkje te schrijven van een verhaaltje dat ik voorlees. Daar komt niets van terecht: vaak begrijpen ze de clou van het verhaal niet, er komen de meest interessante interpretaties uit. Bij het schrijven van een 'opstel' vind ik het opmerkelijk dat niet alleen het Engels krakkemikkig is, maar ook de stijl: herhaling van woorden, zinnen en ideeen, geen opbouw, letterlijk overschrijven van de tekst waar de opdracht op is gebaseerd. Ze hebben duidelijk nooit geleerd en geoefend om creatief te schrijven. Toen ik ze had opgedragen om - na voorbereiding - een korte mondelinge presentatie over hun werkzaamheden te geven (om ooit te gebruiken bij een internationale workshop), vermeldden diversen daarbij ook hoe laat ze opstonden, dat ze met de motorbike naar hun werk kwamen en eentje zelfs 'I like apples'. Ook in deze groep grote moeite met spreken, er komt nauwelijks een verstaanbare, laat staan juiste zin uit. De jonge dames zijn verlegen: wanneer ik ze de beurt geef om iets voor te lezen, beginnen ze eerst te giechelen en fluisteren dan de tekst of hun antwoord. De jongens vallen van hun stoel van het lachen uit leedvermaak met degene van hen die wat moet antwoorden. Maar iedereen is altijd welwillend en goedgehumeurd, we hebben veel plezier zo met zijn allen.

De lesboeken die ik uit Nederland had meegenomen, met o.a. interessante discussieonderwerpen, rollenspellen en creatieve schrijfopdrachten zijn weer allemaal te ambitieus gebleken. Ik zal nu blij zijn als ze eenvoudige gesprekjes kunnen voeren, en beter articuleren, zodat ze niet meer 'buddepadde' mompelen als ze 'birthday party' bedoelen, 'pork' zeggen en niet 'po', 'gold' en niet 'go', en de 'oi' klank kunnen produceren, zodat 'boy' niet meer klinkt als 'bwa', en 'oil' als 'wa'.

Als derde groep op de dag zie ik van 14 - 15.30 uur twintig university lecturers in het gebouw van de rechtenfaculteit van Mandalay University, waarvan zeventien vrouwen en drie mannen. Die mannen zijn overigens inmiddels afgehaakt, volgens de dames omdat ze zich schamen voor hun slechte Engels. Dat van de dames is ook nogal zwak, maar zij durven het in elk geval te proberen. De rechtenfaculteit wordt voornamelijk 'bemand' door vrouwen; de twee professoren zijn ook vrouw. Ik heb begrepen dat dat mede komt omdat een universitair docent slecht betaald wordt: 150 dollar per maand. De meesten zijn ongetrouwd en wonen in hostels op de universiteitscampus, gratis, dat wel, maar in hun kamer past niet meer dan een bed, tafel, stoel, kast en een kookstelletje. Na de (studenten)opstanden in 1988 zijn alle universiteiten in het land enkele jaren gesloten geweest; in deze lesgroep vertelden diverse vrouwen dat zij hun studie in die tijd hebben moeten opschorten. De universiteit ligt als een enclave buiten het centrum, met een hek eromheen. Toen ik onlangs een keer kwam aanrijden om mijn les te gaan geven, was het toegangshek gesloten. Dat werd wel opengedaan voor ons. Het bleek dat die dag de vice-president van Myanmar in Mandalay was, wat voor een groep studenten aanleiding was om bij het ziekenhuis dat hij bezocht te demonstreren tegen de nieuwe onderwijswet. De demonstranten zijn wel ongemoeid gelaten, maar de autoriteiten zijn dan blijkbaar bang dat ze de universiteitsgebouwen gaan bezetten. Over de onderwijswet is veel te doen, zo lees ik in de Myanmar Times, o.a. omdat die de absolute zeggenschap die de regering heeft over de universiteiten bestendigt.

Deze groep dames is als het ware een vriendinnenclubje voor mij geworden. Hla Thu Zar nodigde Emma, Tom en mij bij haar thuis uit om haar goed Engels sprekende moeder te ontmoeten; met Chaw Ei Mann en Yin Minn Soe een dagje op stap naar de Mahamuni pagode en de shopping mall; met vijf docenten van de University of Distance Education naar het Jefferson Center en de teashop; Thuzar Nwe nam mij meer naar haar tailor om daar een pakje te laten maken voor de trouwerij van dochter Emma in januari.

Mijn laatste klus van de dag is de les aan 15 junior private lawyers, van 17.00 - 18.30 uur. De omstandigheden daar heb ik al beschreven in mijn vorige blog. Het is een leuk groepje twintigers die elkaar al kenden van hun law class op de zaterdag- en zondagochtend. We nemen nu om de beurt wat lekkers te eten mee, want zo aan het eind van de dag heeft iedereen wel trek. In Myanmar trouwens de hele dag: jeetje, wat een eetcultuur, je ziet altijd overal mensen eten in straatstalletjes, teashops, bij vrouwtjes die in een pannetje staan te roeren.

In deze les probeer ik zoveel mogelijk het spreken te oefenen, want al het andere is al gauw te moeilijk. Er zijn er twee die heel aardig Engels spreken; de rest kijkt dan hulpeloos naar hun op als hun wat gevraagd wordt, waarop de goeien dan antwoord geven. Daar treed ik onderhand streng tegenop, want anders leren de zwakke leerlingen nooit hun mond open te doen. Tegen half zeven gaat ieder snel en hongerig zijns weegs, op de brommer de duisternis in, en ik in het autootje van 'advocate' Thin Moe Khing.

Moe maar voldaan schuif ik dan aan bij het Happy Hour in mijn Triumph hotel: 'a free flow of TOT cocktails', waarbij TOT staat voor 'Top of Triumph', je moet er maar op komen.

Foto’s

11 Reacties

  1. Anke:
    10 december 2014
    Leuke verhalen, Mariette. Als je weer in Arnhem bent, lekker samen uit eten Hier is het Dickens tijd, dus ik geniet van de Christmas Carol. Zal je gezelschap missen bij de Anglican Singers!
  2. Christien:
    10 december 2014
    Wat een prachtig verhaal en wat een leuke baan...
    Ik geniet van je verslag. Groetjes Christien
  3. Dorise:
    10 december 2014
    Een mooi palet van de maatschappij.
  4. Grace Luijkenaar:
    11 december 2014
    Heerlijk om te lezen, dank voor je verhalen! Heb gisteren tijdens de yogales lachyoga gedaan, zou iets zijn voor de juristen om los te komen, het is heerlijk ontspannend en werkt relativerend. Fijne feestdagen in de tropen en alvast alle goeds voor 2015!! Warme groet van Grace
  5. Ans Baars:
    11 december 2014
    Wat een drukke dag heb je daar.
    Bereid je alles in de nacht voor?
    Ook daar heel verschillende werelden. De hoogopgeleiden en de wereld van de kloosters lijkt erg uit elkaar te liggen.
    Hartelijke groet, Ans
  6. Inge Haggenburg:
    11 december 2014
    Wat interessant weer allemaal, en wat een dag indeling.Heb je nog wel tijd om te zwemmen. Ik ben benieuwd hoe je de Kerst daar gaat vieren, waarschijnlijk glitteriger dan hier.
  7. Joannacrone:
    11 december 2014
    Als 'moeder van de bruid' ook een mooie uitdossing laten maken Mariette? Geweldig jouw fijnzinnige observaties.
    Lieve groet, Joanna
  8. Maaike:
    11 december 2014
    Leuk om te lezen dat je op elk niveau kunt lesgeven. Dit is wel wat anders dan Cambridge Engels op het VWO!!
    Geniet nog maar fijn daar!
  9. Riet Buddingh:
    11 december 2014
    met veel interesse je verhaal gelezen.
    Sterkte met je werk. H/Gr Riet.
  10. Theo Poelman:
    16 december 2014
    Ik lees met veel genoegen jouw verslag van het werk in Mandalay /Myanmar. Ik verheug mij nu al op jouw voordracht in onze Probusclub. Geniet en blijf je verwonderen. Groet, Theo.
  11. Loes van den Boom:
    1 januari 2015
    Wat een fantastische belevenissen. De eerste tijd ben jij nog niet uit verteld. Fijn dat je iedere keer weer de tijd en de moeite neemt om ons te vermaken met jouw hilarische verhalen.
    Bedankt.

    De beste wensen voor 2015 en tot ziens.

    Harte.ijke groet,

    Loes